Luuk Koelman
2002-10-03
De oorlogsmachine die Winny heet
![]()
Het Binnenhof ligt er vredig bij in de vroege
ochtendschemer. Schuin voor een parkeervak dat speciaal voor de LPF is
gereserveerd, maakt een oude Fiat Panda een veel te hoog toerental. De motor
loeit, iemand geeft brullend gas, maar de Panda beweegt niet.
Het is Winny de Jong.
Ze probeert achteruit in te parkeren.
Weer loeit de motor
als een bezetene, dan rijdt de Fiat Panda langzaam achteruit. Indraaien nu.
Winny rukt als een bezetene aan het stuur. De wagen zwenkt vervaarlijk en komt
tot stilstand. De neus steekt nog minstens een meter uit. Stukje terug. Nog
eens insteken. Weer mis. Opnieuw dan maar. De Fiat Panda keert terug in
startpositie. Op dat moment glijdt een Bentley het Binnenhof op. Het is Herman
Heinsbroek zelf, die achter het stuur zit. Hij heeft er zin in vandaag, zijn
ogen fonkelen. Probleemloos schuift de LPF-minister zijn slagschip in één
vloeiende beweging het parkeervak op waar Winny schuin voor staat.
Even blijft het
doodstil. Dan stijgt vanuit de Fiat Panda een Hoogduits gekrakeel op, gevolgd
door een claxonstoot die over het Binnenhof galmt. Heinsbroek hoort of ziet
niets. Zelfs Winny's rood opgezwollen hoofd dat uit het raampje hangt, valt hem
niet op. Onverstoorbaar rommelt hij in een aktetas die op zijn bijrijderstoel
ligt.
Met veel misbaar klimt
Winny uit haar Fiat Panda. Voor Heinsbroek beseft wat er gebeurt, staat ze naast
zijn Bentley en gebaart hem het raampje open te draaien.
Zacht zoemend zakt het
raampje naar beneden. Heinsbroek glimlacht. "Mevrouw De Jong,
goedemorgen."
"Wat zijn dat für
manieren?" Heinsbroek ziet een rij enorme tanden. Winny's ogen staan
vreemd. Eigenlijk weet hij niet of ze nu lacht of gromt. "Hoe bedoelt u,
mevrouw De Jong?"
"Ik was hier aan
het inparkeren, ja?"
"Ach, ik
verkeerde in de veronderstelling dat u net wegreed."
Gek mens, denkt hij,
neem gewoon je medicatie in.
"Weg? Weg? Ik ga
nicht weg! Nooit!" Een vinger met een lange harsnagel priemt door het open
raampje. "Niemals!"
Heinsbroek steekt zijn
elleboog zo nonchalant mogelijk naar buiten. "Luister mevrouw De Jong. Als
beoogd partijleider van de LPF heb ik toch al het recht hier te..."
Winny's hoofd
verandert in een overrijpe tomaat. "Wat? Wie is hier de LPF? Jij of
ik?"
Herman kucht
bescheiden. "Ik natuurlijk."
"Jij? Ja? Dan
vraag je erom."
Winny loopt naar de
voorkant van de Bentley. Ze zet de harsnagel van haar rechterwijsvinger op de
motorkap en kijkt Heinsbroek strak aan.
Hermans adem stokt.
Hij staart naar de harsnagel. Dit kan niet. Niet zijn Bentley.
Winny trekt. De lak
gilt het uit. Een nagel over een schoolbord is er niets bij.
Heinsbroek drukt zijn
handen tegen beide oren. "Stop! Stop! Mevrouw De Jong, ik smeek u, doe
mijn Bennie geen pijn..."
>Maar Winny
luistert allang niet meer. Met korte, felle uithalen kerft ze verder, één en al
concentratie. Het is een Gründlichkeit waar niets of niemand tegenop kan, want
Winny krast niet alleen, ze schríjft.
Pas als Winny het
Binnenhof heeft verlaten om een parkeergarage op te zoeken, durft Heinsbroek
uit te stappen. Tranen prikken achter zijn ogen. "Bennie, wat heeft die
heks met je gedaan?"
Heinsbroek onderdrukt
een snik. Hij kijkt op. Vanachter de ramen van het Tweede-Kamergebouw, trots en
kolossaal glimmend in de ochtendzon, ziet hij de grauwe gezichten van
vierentwintig LPF'ers. Ze kijken naar zijn motorkap. 'TOTALEN KRIEG!!' staat er
in grote, hoekige letters op.